Lief hè, van de Zomer

Zelden is er zo snel gereageerd op een smeekbede. Ik had de tekst net geplaatst en werd me gewaar van beter weer, en dat is het gebleven tot op de dag van vandaag. Dus ik ben innig dankbaar. Ik hield al van de Zomer, maar ze kan nu helemaal niet meer stuk.

Lieve Zomer, je maakt me heel gelukkig. Mijn lief en ik hebben al menig terrasje bezocht. Zelfs onze jaarlijkse klusdag met de buren, waar ik overigens voor het eerst in 8 jaar aan heb deelgenomen, was een doorslaand succes. Allemaal dankzij jou!

 

Zomer! Ik mis je.

Er zijn zo van die kleine ongemakken die je kan gaan missen in dagelijks leven. De kleine ongemakken van een mooie zomer bijvoorbeeld. Het niet kunnen slapen van de hitte, maar dat kan je lief dan ook niet, dus eigenlijk best gezellig ūüôā. Kletsnat raken van het zweet (niet van de opvliegers voor de verandering). Je langzaam moeten bewegen omdat het nu eenmaal niet sneller kan zonder van je graatje te gaan. Het af en aan lopen naar de kraan omdat je merkt dat je wel heel veel moet drinken (en wat een luxe dat je alleen maar naar de kraan hoeft te lopen). En nog zo’n luxe ergernis: Geen trek hebben in eten door de warmte. Dus als ik je heb beledigd, bij deze mijn nederige excuses. Lieve zomer is mis je zo. Ik hoop dat je volgend jaar weer komt, nog liever wens ik dat je op de valreep in september nog even langs waait.Je bent altijd van harte welkom. Tot het zover is draag ik wel sokken en laarzen en vesten en leggings. Zelfs de kachel slaat af en toe al weer aan. Ik zeg tot ziens en ik hoop tot snel.

dav

Nieuwe tattoeage

Mijn trouwring, zo noem ik deze. Op mijn rechterbeen. Ik ben er heel erg blij mee. Op verzoek voor mij ontworpen. Ik heb de losse idee√ęn aangeleverd en daar is deze uit voortgekomen.¬†De J en de A. Dat zijn mijn man en ik, en het is ook gewoon JA. Handig die initialen van ons. De lieveheersbeestjes met de hartjes dat zijn we alledrie. De bloesem staat voor de lente, het altijd weer opnieuw beginnen. ¬†Deze deed zeer, heel erg zeer. Dat vergeet je weer snel gelukkig. Dus ik denk alweer na over een volgende. Niet meer zo’n grote, zoveel plekken heb ik niet meer op dat lijf van mij. Het is wel groot, maar ook vol met littekens en daar kan je niet zo veel mee. Maar op mijn¬†linkerbeen is nog wel een plekje voor iets moois. Ik ga weer verzinnen.
tattoo

Droomtijd

Al een jaar of 6 heb ik geen reistijd meer. Dat wil zeggen, een minuut of 10 ¬†lopen of 5 minuten fietsen. Dat noem ik geen reistijd. Voorheen had ik elke dag minimaal 3 kwartier tot anderhalf uur reistijd, en dat 2 keer per dag. De duur hing een beetje van het seizoen af. Ik las heel veel in die tijd. Sinds een aantal dagen ben ik veel onderweg en maak ik gebruik van het OV. Vooral tram en metro. Onderweg realiseerde ik me dat dit niet vervelend is. Integendeel. Verplichte rust, even niks. Voor me uit staren, beetje mijmeren. Droomtijd. Zo noem ik dat. Dat zijn de inspiratiemomenten, dan krijg ik idee√ęn en onderweg kom ik een beetje tot rust.

Ik geef toe, ik zat niet in de spits. Ik had wel regen en wind en het was behoorlijk fris. Van dat weer waarbij ik liever niet ga fietsen, wat ik vanmorgen nog jammer vond en aan het eind van de dag heel fijn.

Ik ben al een aantal maanden aan het jagen en ineens heb ik weer even een paar momenten van rust ervaren, ik was vergeten hoe lekker dat is, en hoe waardevol. Droomtijd, ik kan het aanbevelen.

 

Mijn eerste tattoo

The Omijn tattoo Eigenlijk valt hier niet zo veel aan toe te voegen. Ik heb net mijn eerste tattoo laten zetten. Dat het niet bij één blijft staat voor mij wel vast. Ik heb er 20 jaar over nagedacht. Toen een tattooshop gekozen, een plaatje gevonden, en dat is dan door de meneer die hem zette weer naar eigen inzicht ingevuld en ik vind het mooi en mijn hubby gelukkig ook.

En drie weken later ook nog mooi. Geen pijn, geen ontstekingen. Wel goed vertroeteld natuurlijk. Regelmatig ingesmeerd. Doe ik nog steeds elke dag. Ik ben de volgende al aan het uitzoeken.

 

Hernia en zo

Als ik lang genoeg naar het woord “hernia” kijk zou het zelfs een meisjesnaam kunnen zijn, maar dan vast geen aardig meisje. Dat heb je met associaties. Of een dorpje in een guur, koud, onherbergzaam oord. Dat is het allemaal niet. Het is iets met een uitstulping bij een wervel en dat drukt dan tegen een zenuw en het doet heeeeeeeeeel erg pijn. Heel veel mensen hebben het of krijgen het. Op internet kan je er van alles over vinden, met mooie plaatjes erbij. Als je een beetje thuis bent in je lijf kun je diagnose bijna zelf stellen. De dokters zegt altijd dat het meestal vanzelf over gaat, tegen mij in ieder geval, en dat moet je dus eerst proberen. Dat zei de dokter 13 jaar geleden ook. Neem maar pijnstillers en ga maar liggen. Na 3 maanden was ik helemaal doorgedraaid van de pijn en hartstikke beroerd van de morfine, dat hielp nog een beetje, verga je niet van de pijn, lig je te kotsen van de morfine. Gelukkig bestond er ook toen al zorgbemiddeling en werd ik na 3 maanden lijden eindelijk een beetje assertief. Een week later was ik in Duitsland, en nog een week later weer thuis zonder pijn. Het blijft een kwetsbare plek. Dus voorzichtigheid is geboden, maar vooral niet niksen, niet hele dagen zitten, blijven bewegen.

De laatste 2 jaar heb ik een zittend beroep. Ik sport, ter compensatie en om te voorkomen dat ik een tonnetje word. Maar dat beetje sporten weegt natuurlijk niet op tegen hele dagen zitten. In mijn vrije tijd ben ik ook nogal een liefhebber van gamen, zeker op regenachtige en koude dagen. Eigenlijk de perfecte ingredi√ęnten om een nieuwe hernia te kweken, ¬†of in elk geval rugklachten. Ik heb nooit pijn in mijn rug, ik zorg dat ik goed zit. Ik heb wel altijd pijn in mijn rechterbeen. Vooral het laatste jaar neemt dat weer toe. Niet dramatisch, vooral irritant. Een weekje vakantie, lekker slecht slapen op veel te harde bedden, ’s morgens een paar uur lopen om de pijn weer draaglijk te krijgen. Ligt aan de bedden. Niks aan de hand, niet in paniek raken, en anders is het de overgang.

Na een week thuis is het mis. Ineens slaat de pijn in alle hevigheid toe. Ik kan niet meer zitten, ik kan niet meer liggen. Ik denk dat het allemaal mijn eigen schuld is. Ik heb te veel gezeten, ik heb te zwaar getild, ik heb niet goed opgelet met bewegen. Misschien sport ik toch nog te zwaar. In elk geval ga ik maar zo snel mogelijk naar de dokter, die met vakantie is, maar er is nog een andere dokter in de praktijk en mijn schat van een fysio praat me bij die dokter naar binnen. Daar is hij niet blij mee, en ik eigenlijk ook niet, maar dat is het noodgedwongen af te leggen traject, tenzij je zelf voor alle kosten op wilt draaien. Na routinematige handelingen besluit de dokter dat het een hernia is. Pijnstillers nemen en blijven bewegen en ook regelmatig rust nemen, en u bent wel een paar maanden onderweg. Dat is leuk, want ik kan alleen maar lopen, en dan loop ik de pijn er een beetje uit. Pijnstillers helpen niet. Maar ja, zeg dat tegen de dokter. Dus met paracetamol en diclofenac onder de arm gaan we weer. Vier dagen later sta ik jankend weer bij de dokter. Ik kan niet liggen en niet zitten zonder hele erge pijn, dus ik kan ook niet rusten, staand slapen heb ik sinds mijn 18e niet meer gedaan, ik heb er ook geen geweldige ervaringen mee, omvallen bijvoorbeeld. Ik ben moe want ik kan niet slapen.

Wat wilt u van mij? Zegt de dokter. Een scan? Ik wil weten wat er aan de hand is en of er meer aan te doen is dan dit. Bij een hernia is het toch gewoon wachten tot het overgaat. Het gaat meestal vanzelf over. Hij kan lekker kletsen, ik word langzaam gek van de pijn en ik voel ook paniek opkomen, de herinnering aan de ellende van 13 jaar geleden is ineens weer heel levendig. Dit gaan we niet nog een keer doen. Mijn man en zoon vinden het ook niet grappig, ze hebben me al een keer van de vloer geraapt nadat ik flauw was gevallen van de pijn. De schrik zit er goed in.

Ik krijg toch, niet van harte, ¬†een verwijzing naar de neuroloog. Ondertussen moet ik mijn best doen om niet te gaan gillen als er voor de zoveelste keer iemand zegt: “Gaat u zitten”. of “Neemt u plaats,” ondertussen naar een stoel wijzend. ¬†Ik blijf liever staan, ik kan niet zitten. Grrrrrrrrrrrrrr. Verder wel een hele aardige meneer gelukkig. Hij begrijpt dat ik een scan wil en gaat dat ook regelen, en wel meteen, er is plek. Helemaal geweldig. Ook hij meent dat het wel een hernia zal zijn, en dat het dus wel maanden zal gaan duren. Wel weer een weekje wachten op de uitslag van de MRI. Gelukkig heeft deze meneer er nog een leuke pijnstiller bij voor me, Tramadol, in combinatie met de rest moet dat helpen.

En inderdaad, een uur na het innemen van de de ‘cocktail’, zo noemen ze dat echt, voel ik dat de pijn draaglijk is, zolang ik tenminste niet probeer te gaan zitten. Dat hadden ze 13 jaar geleden niet of ik had een gemene huisarts. Liggen kan ik nu steeds een uurtje en dan moet ik weer een poos gaan lopen en staan. Hier kan ik wel even mee vooruit.

Een week later sta ik nog vermoeider, want nauwelijks slaap, bij de neuroloog. Het is geen hernia! Het is littekenweefsel ten gevolge van de vorige herniaoperatie. Dat gebeurt. Niks bijzonders, risico van  opereren. Ok!?! En nu? Dit gaat dus nooit meer over? Paniek!

Ik mag naar de pijnpolie. Daar kunnen ze de zenuw blokkeren en zorgen dat er geen pijnsignalen meer worden doorgegeven. Ik vind het in de eerste instantie heel eng klinken. Je gaat dus eigenlijk de boel een beetje stukmaken zodat je niks meer voelt. Ik zie mezelf gelijk half verlamd en incontinent door het huis wankelen. Ik heb nogal een beeldende fantasie. Het luistert nogal nauw en een foutje is zo gemaakt. Op internet horrorverhalen genoeg. Zie hier meteen de voor- en de nadelen van je informatie proberen te vinden op het internet. Nadat ik het even heb laten bezinken begrijp ik dat dit toch wel een soort van goed nieuws is. Dit gaat geen maanden duren. Twee nog maar. ¬†Inmiddels is het 8 augustus en ik ben 26 september al aan de beurt. Persoonlijk vind ik dat een beetje aan de late kant. Ik heb al wat onderzoek gedaan, het stikt van de pijnpolie’s in Nederland, en ze zeggen allemaal dat ze geen wachttijden hebben. Week of twee, hooguit. Dus ik vraag of ik het zelf mag regelen. Dat mag. Hij zal even een brief schrijven en dan kan ik de cd-rom met de scan meenemen. De assistente gooit roet in het eten. “Dat doen wij!”, zegt ze. Vooruit dan maar, heel aardig en attent eigenlijk, toch?

Ik ga weer werken, halve dagen, staand. Ik jaag een collega van zijn plek die als enige een werktafel heeft waar ik staand kan werken. Nou ja, mijn afdelingshoofd regelt dat voor me. Ik ben halfdronken van de medicijnen, maar ik kan werken, een paar uur per dag. Ik ben dol op mijn werk, dus ik word er alleen maar blij van. Lopen en staan doe ik toch.

Bijna een week later, met nog net zo weinig slaap, ¬†maar ik wil niemand opjutten, 14 augustus, bel ik de pijnpoli. Ik hoor maar niks, is er al een afspraak voor me gemaakt. “Nee, mevrouw u bent niet bekend in ons systeem.” Ik voel me boos worden.¬†Drie weken slaapgebrek is niet bevorderlijk voor de zelfbeheersing, Tramadol gelukkig wel. Ze gaat haar best voor me doen, als ik huilend heb uitgelegd dat ik er een beetje doorheen zit. Ik leg neer en stuur een lange mail naar de neuroloog waarin ik aangeef dat ik mijn eigen belangen beter kan behartigen, dat ik die verewijsbrief wil komen halen met de cd-rom en dat ik zelf de afspraak wil regelen.

Ik krijg dezelfde dag een mail dat ik vrijdag, morgen dus, de spullen kan komen halen. Zowel het ziekenhuis als de pijnpoli zijn op loopafstand, wat woon ik toch weer geweldig.

Ik bel vrijdag eerst de pijnpoli om een afspraak te maken en vertel dat ik eraan kom met de benodigde materialen. “Er is al een afspraak gemaakt mevrouw.” Wat apart, gisteren bestond ik nog niet en nu ineens is het allemaal geregeld. Wanneer mag ik komen? 27 augustus ’s avonds half 7. ¬†Nog 12 dagen afzien dus. ¬†Ik weet er nog 2 dagen af te bedelen, 26 augustus half 9 ’s morgens. Opgelucht dat er schot in zit en trots op mezelf dat ik nu doe en durf wat ik 13 jaar geleden niet kon. Ik heb mijn lijden en pillen slikken met een paar maanden bekort.

Vrijdag ga ik de brief en de cd-rom brengen, die zijn inmiddels ook al opgestuurd, dus nu dubbel.  Mijn partner zegt terloops, als iemand toevallig een afspraak afzegt, bel gerust, wij kunnen altijd hoor.

“Nou, toevallig heb ik aanstaande maandag 18 augustus 08:30 een gaatje. Ik heb al wat mensen gebeld, maar die kunnen niet.” Zegt de assistente. Wij wel hoor, graag. Ik maak een dansje in mijn hoofd en geef mijn lief een high-five. Nog maar 3 nachtjes slapen.

Natuurlijk is dit niet het einde.  Ik ben nog wel even zoet. Maar ik werk hele dagen, staand, en ik voel me elke dag een beetje beter en misschien moet ik nog een keertje terug.